maandag 28 maart 2011

Week 1: Analyse van het Curriculum

CURRICULUM DE MEULE.




Op papier ziet het curriculum van de Meule er prima uit. In het schooljaar 2002/2003 is teambreed besloten om het onderwijs op basisschool De Meule volgens de uitgangspunten van het Ontwikkelingsgericht Onderwijs (OGO) in te gaan richten voorheen heeft men altijd methode-gericht gewerkt. In de jaren daarop volgend is een schoolplan opgesteld voor de periode van 1 augustus 2009 t/m 31 juli 2013. Het curriculum staat in het schoolplan beschreven. Alle componenten van het spinnenweb van Van den Akker (2003) zijn erin terug te vinden.
De blauwdruk, het ‘intented level’ is goed.

Het grote gemis in het schoolplan is, dat er onvoldoende staat beschreven hoe het verandertraject er precies uit zou gaan zien, m.a.w. hoe OGO geïmplementeerd zou worden. Zowel het veranderidee als de beoogde effecten en bestemming zijn verwoord.  De bestanddelen reflectie, betekenisgeving, processen en actoren komen echter niet aan bod (de Caluwé en Vermaak, 2010). Hiermee kom ik op het ‘implemented level’ van het curriculum. Het ‘implemented level’ kan worden gezien als een verborgen curriculum en heeft alles te maken met normen en waarden en daarmee met visie. Door het uitdragen van een schoolvisie wordt een cultuur gebouwd (Van Petegem e.a., 2006). Om een beleid c.q. curriculum succesvol te kunnen uitvoeren, is het noodzakelijk om tot een gezamenlijke doelgerichtheid c.q. visie te komen. Volgens Maslowski (1993; 2001) gaat het bij visie om drie factoren n.l.: de richting, de homogeniteit en de sterkte van de visie. De richting is in het schoolplan voldoende aangegeven. Om tot een homogene en sterke visie te komen zal er o.a. veel aandacht moeten zijn  voor processen van betekenisgeving, participatie van alle betrokkenen en het laten opdoen van nieuwe ervaringen. (Verbiest, ?). Hoe men deze aspecten in praktijk handen en voeten wilde gaan geven, is in het schoolplan minimaal beschreven. Het gevolg is dat er dan ook geen sprake is van een homogene en sterke visie en dat het curriculum op ‘implemented level’  een heel ander beeld laat zien dan op ‘intended level’. Het curriculum werd door leerkrachten zowel verschillend geïnterpreteerd (perceived) als uitgevoerd (operational)

Begin schooljaar 2009-2010 kreeg de school bezoek van de inspectie. Hiermee kom ik op het ‘attained level’ aan. De resultaten van de CITO eindtoets (learned) waren dusdanig gedaald dat de inspectie de school als zwak heeft beoordeeld. Hoe de leerlingen OGO (experiential) hebben ervaren is niet gemeten.



Om het tij te keren heeft de school het CPS ingehuurd. In samenspraak met het CPS heeft de directie o.a. de volgende besluiten genomen:
  •     doorgaande leerlijnen voor groep 1 t/m 8  
  •     de groepen 3 t/m 8 gaan m.b.t. de instrumentele vakken weer methodisch werken 
  •     de groepen 1 en 2 blijven ontwikkelingsgericht werken met in acht neming van de  doorgaande leerlijnen.
Het curriculum zoals beschreven in het schoolplan klopt dus niet meer en zal waarschijnlijk in de loop van dit jaar worden aangepast aan de koers die de school nu vaart. De school heeft nieuwe methodes voor taal aangeschaft. Voor rekenen zal binnenkort een nieuwe methode worden aangeschaft.  Leerdoelen en leerlijnen van groep 3 t/m 8 volgen nu de methoden en voldoen aan de normen van de kerndoelen.  Voor de groepen 1/2 geldt dat ze nog steeds ontwikkelingsgericht blijven werken. Wel moeten de groepen 1/2  de doorgaande leerlijnen zoals voorgesteld door het CPS volgen.
Omdat mijn ontwerp zich zal richten op de auditieve taalontwikkeling en bestemd is voor groep 1/2, beperk ik me bij de beschrijving van leerlijnen en leerdoelen tot groep 1/2. Hierbij beperk ik me vervolgens weer tot het beschrijven van de leerlijn en leerdoelen taal.
Tussen methodisch werken en ontwikkelingsgericht werken zit een wereld van verschil. Zowel de leerdoelen als de leerlijnen zijn daarom alleen van toepassing op de groep 1/2 en niet, of slechts gedeeltelijk, op de groepen 3 t/m 8.


1            LEERDOELEN

 Mijn ontwerp richt zich op de auditieve taalontwikkeling (van Wijk, 2010), met name de auditieve analyse op klankniveau. De auditieve taalontwikkeling valt onder kerndoel 11:

De leerlingen leren een aantal taalkundige principes en regels. Zij kunnen in een zin het onderwerp, het werkwoordelijk gezegde en delen van dat gezegde onderscheiden.    
                     
Bij dit kerndoel horen voor groep 1 en 2 de volgende tussendoelen: 

Het ontwikkelen van taalbewustzijn en van het ontdekken van het alfabetische principe.

Om deze tussendoelen te bereiken zijn onderstaande leerlijnen uitgezet:

·      Ontwikkeling fonologisch bewustzijn (groep 1 en 2):
o   opdelen van zinnen in woorden
o   opdelen van samengestelde woorden in afzonderlijke componenten
o   opdelen van woorden in klankgroepen
o   verbinden van klankgroepen tot woorden
o   opzeggen van rijmpjes samen met iemand anders
o   individueel opzeggen van rijmpjes
o   herkennen van eindrijm
o   toepassen van eindrijm: zelf ontdekken van rijm, produceren van rijm

·       Ontwikkeling fonemisch bewustzijn (groep 2 en 3):
o   herkennen van beginrijm in langgerekte woorden
o   herkennen van beginrijm in gewoon uitgesproken woorden
o   toepassen van beginrijm
o   klinker in een woord isoleren
o   auditieve analyse op klankniveau
o   auditieve synthese op klankniveau
o   letters kunnen benoemen

2  LEERLIJNEN

De leerlijn met betrekking tot lezen die in school is uitgezet, ziet er als volgt uit (CPS,2010):

o   Spraakontwikkeling: techniek                      + Woordenschat
o   Mondelinge taalvaardigheid               
o   Fonemisch bewustzijn en letterkennis            + Positieve ervaringen met
o   Leren lezen                                                  mondelinge en
o   Voortgezet technisch lezen                                   geschreven taal
o   Begrijpend lezen.

Aan de leerlijnen zijn voor groep 1 en 2 de volgende tussendoelen gekoppeld:

o   Boekoriëntatie
o   Verhaalbegrip
o   Functies van geschreven taal
o   Relatie gesproken - geschreven taal
o   Taalbewustzijn
o   Alfabetisch principe
o   Functioneel “schrijven”en “lezen”

Om de tussendoelen te bereiken worden onderstaande vaardigheden geoefend:

o   Luisteren
o   Zinnen en woorden
o   Rijmen
o   Klankgroepen
o   Isoleren van klanken
o   Synthese van klanken
o   Analyse van klanken
o   Manipuleren van klanken
o   Letterkennis

3.   MEEST GEBRUIKTE LEERMIDDELEN           

In de groepen 1/2 wordt gewerkt volgens de principes van de Basisontwikkeling. De Basisontwikkeling is over het algemeen bekend onder de naam Ontwikkelingsgericht Onderwijs. Daarom spreek ik vanaf nu over OGO. De twee belangrijkste uitgangspunten van OGO zijn: 1. Het spel van het kind
                                                                                        2. De zone van actuele én naaste ontwikkeling.
Het spel is de motivatie van het kind om tot handelen te komen. Door het handelen doet het kind de nodige leerervaringen op en wordt aan zijn leerbehoeften voldaan. Het spel is daarom het voornaamste  en meest gebruikte leermiddel. Middels het spel kom je tot optimale leersituaties en maximale leeropbrengsten. Spel is door mij als volgt gedefinieerd

Een bewust door de leerkracht aangereikte leeractiviteit die een beroep doet op vaardigheden en kwaliteiten (manipuleren, onderzoeken, doen, spelen, handelen, fantasie) van de kleuter en die voortbouwt op de spontane activiteiten die het kind boeien en waarbij het doel zoveel mogelijk is afgestemd op de ontwikkelingsfase waarin de individuele kleuter zich bevindt. Het doel en de daaruit voortvloeiende activiteit richten zich naar het kind en sluiten aan bij de belevingswereld van het kind (Gordebeke, 2010). 

Om te zorgen dat de leeractiviteiten een zo’n breed mogelijk gebied beslaan, wordt binnen de OGO, uitgegaan van vijf soorten leeractiviteiten, de zogeheten kernactiviteiten, te weten: manipulerend spel en rollenspel, lees en schrijfactiviteiten, gespreksactiviteiten, reken en wiskunde activiteiten, constructiespel en beeldende activiteiten. Elke kernactiviteit is gekoppeld aan specifieke doelen. Het doel bepaald op deze manier welke kernactiviteit wordt ingezet

 CURRICULUM VISUALISATIE





Naschrift:
Overigens is de school gisteren opnieuw beoordeeld door de inspectie. De tussen- en eindopbrengsten waren voldoende en de inspecteur heeft het predicaat voldoende afgegeven.


BRONNEN:

 Akker, van de J.J.H. (2003), Curriculum perspectives: an introduction, Kluwer Academic Publishers, Dordrecht

Caluwé, de L, Vermaak, H. (2010), Leren veranderen, Kluwer, Deventer

CPS, 2010,  Fonemisch bewustzijn en letterkennis in groep 1 en 2,  De Meule Venlo,  28 januari 2010

Goorhuis-Brouwer, S.( 2006),  Schoolrijpheid opnieuw gedefinieerd. Waarom peuters en kleuters nog geen leerlingen zijn. Symposiumbundel Dolgedraaid; mogen peuters nog peuteren en kleuters nog kleuteren., SWP Amsterdam, 46-60

Goorhuis-Brouwer,S. (2006), Mogen peuters nog peuteren en kleuters nog kleuteren? In: De wereld van het jonge kind, januari 2006, 132-136

Gordebeke, H. (2010), Paper:Het Spelend Leren versus Schools Leren van Kleuters, Venlo

http: //www.horeb-po.nl


Greven,J & Letschert, J SLO. (april 2006), Publicatie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Delta Hage, Den Haag , 11-19

Schoolplan de Meule, 2008, Venlo