CURRICULUM DE MEULE.
Op papier ziet het curriculum van de Meule er prima uit. In het schooljaar 2002/2003 is teambreed besloten om het onderwijs op basisschool De Meule volgens de uitgangspunten van het Ontwikkelingsgericht Onderwijs (OGO) in te gaan richten voorheen heeft men altijd methode-gericht gewerkt. In de jaren daarop volgend is een schoolplan opgesteld voor de periode van 1 augustus 2009 t/m 31 juli 2013. Het curriculum staat in het schoolplan beschreven. Alle componenten van het spinnenweb van Van den Akker (2003) zijn erin terug te vinden.
De blauwdruk, het ‘intented level’ is goed.
Het grote gemis in het schoolplan is, dat er onvoldoende staat beschreven hoe het verandertraject er precies uit zou gaan zien, m.a.w. hoe OGO geïmplementeerd zou worden. Zowel het veranderidee als de beoogde effecten en bestemming zijn verwoord. De bestanddelen reflectie, betekenisgeving, processen en actoren komen echter niet aan bod (de Caluwé en Vermaak, 2010). Hiermee kom ik op het ‘implemented level’ van het curriculum. Het ‘implemented level’ kan worden gezien als een verborgen curriculum en heeft alles te maken met normen en waarden en daarmee met visie. Door het uitdragen van een schoolvisie wordt een cultuur gebouwd (Van Petegem e.a., 2006). Om een beleid c.q. curriculum succesvol te kunnen uitvoeren, is het noodzakelijk om tot een gezamenlijke doelgerichtheid c.q. visie te komen. Volgens Maslowski (1993; 2001) gaat het bij visie om drie factoren n.l.: de richting, de homogeniteit en de sterkte van de visie. De richting is in het schoolplan voldoende aangegeven. Om tot een homogene en sterke visie te komen zal er o.a. veel aandacht moeten zijn voor processen van betekenisgeving, participatie van alle betrokkenen en het laten opdoen van nieuwe ervaringen. (Verbiest, ?). Hoe men deze aspecten in praktijk handen en voeten wilde gaan geven, is in het schoolplan minimaal beschreven. Het gevolg is dat er dan ook geen sprake is van een homogene en sterke visie en dat het curriculum op ‘implemented level’ een heel ander beeld laat zien dan op ‘intended level’. Het curriculum werd door leerkrachten zowel verschillend geïnterpreteerd (perceived) als uitgevoerd (operational)
Begin schooljaar 2009-2010 kreeg de school bezoek van de inspectie. Hiermee kom ik op het ‘attained level’ aan. De resultaten van de CITO eindtoets (learned) waren dusdanig gedaald dat de inspectie de school als zwak heeft beoordeeld. Hoe de leerlingen OGO (experiential) hebben ervaren is niet gemeten.
Om het tij te keren heeft de school het CPS ingehuurd. In samenspraak met het CPS heeft de directie o.a. de volgende besluiten genomen:
- doorgaande leerlijnen voor groep 1 t/m 8
- de groepen 3 t/m 8 gaan m.b.t. de instrumentele vakken weer methodisch werken
- de groepen 1 en 2 blijven ontwikkelingsgericht werken met in acht neming van de doorgaande leerlijnen.
Omdat mijn ontwerp zich zal richten op de auditieve taalontwikkeling en bestemd is voor groep 1/2, beperk ik me bij de beschrijving van leerlijnen en leerdoelen tot groep 1/2. Hierbij beperk ik me vervolgens weer tot het beschrijven van de leerlijn en leerdoelen taal.
Tussen methodisch werken en ontwikkelingsgericht werken zit een wereld van verschil. Zowel de leerdoelen als de leerlijnen zijn daarom alleen van toepassing op de groep 1/2 en niet, of slechts gedeeltelijk, op de groepen 3 t/m 8.
1 LEERDOELEN
Mijn ontwerp richt zich op de auditieve taalontwikkeling (van Wijk, 2010), met name de auditieve analyse op klankniveau. De auditieve taalontwikkeling valt onder kerndoel 11:
De leerlingen leren een aantal taalkundige principes en regels. Zij kunnen in een zin het onderwerp, het werkwoordelijk gezegde en delen van dat gezegde onderscheiden.
Bij dit kerndoel horen voor groep 1 en 2 de volgende tussendoelen:
Het ontwikkelen van taalbewustzijn en van het ontdekken van het alfabetische principe.
Om deze tussendoelen te bereiken zijn onderstaande leerlijnen uitgezet:
· Ontwikkeling fonologisch bewustzijn (groep 1 en 2):
o opdelen van zinnen in woorden
o opdelen van samengestelde woorden in afzonderlijke componenten
o opdelen van woorden in klankgroepen
o verbinden van klankgroepen tot woorden
o opzeggen van rijmpjes samen met iemand anders
o individueel opzeggen van rijmpjes
o herkennen van eindrijm
o toepassen van eindrijm: zelf ontdekken van rijm, produceren van rijm
· Ontwikkeling fonemisch bewustzijn (groep 2 en 3):
o herkennen van beginrijm in langgerekte woorden
o herkennen van beginrijm in gewoon uitgesproken woorden
o toepassen van beginrijm
o klinker in een woord isoleren
o auditieve analyse op klankniveau
o auditieve synthese op klankniveau
o letters kunnen benoemen
2 LEERLIJNEN
De leerlijn met betrekking tot lezen die in school is uitgezet, ziet er als volgt uit (CPS,2010):
o Spraakontwikkeling: techniek + Woordenschat
o Mondelinge taalvaardigheid
o Fonemisch bewustzijn en letterkennis + Positieve ervaringen met
o Leren lezen mondelinge en
o Voortgezet technisch lezen geschreven taal
o Begrijpend lezen.
Aan de leerlijnen zijn voor groep 1 en 2 de volgende tussendoelen gekoppeld:
o Boekoriëntatie
o Verhaalbegrip
o Functies van geschreven taal
o Relatie gesproken - geschreven taal
o Taalbewustzijn
o Alfabetisch principe
o Functioneel “schrijven”en “lezen”
Om de tussendoelen te bereiken worden onderstaande vaardigheden geoefend:
o Luisteren
o Zinnen en woorden
o Rijmen
o Klankgroepen
o Isoleren van klanken
o Synthese van klanken
o Analyse van klanken
o Manipuleren van klanken
o Letterkennis
3. MEEST GEBRUIKTE LEERMIDDELEN
In de groepen 1/2 wordt gewerkt volgens de principes van de Basisontwikkeling. De Basisontwikkeling is over het algemeen bekend onder de naam Ontwikkelingsgericht Onderwijs. Daarom spreek ik vanaf nu over OGO. De twee belangrijkste uitgangspunten van OGO zijn: 1. Het spel van het kind
2. De zone van actuele én naaste ontwikkeling.
Het spel is de motivatie van het kind om tot handelen te komen. Door het handelen doet het kind de nodige leerervaringen op en wordt aan zijn leerbehoeften voldaan. Het spel is daarom het voornaamste en meest gebruikte leermiddel. Middels het spel kom je tot optimale leersituaties en maximale leeropbrengsten. Spel is door mij als volgt gedefinieerd:
Een bewust door de leerkracht aangereikte leeractiviteit die een beroep doet op vaardigheden en kwaliteiten (manipuleren, onderzoeken, doen, spelen, handelen, fantasie) van de kleuter en die voortbouwt op de spontane activiteiten die het kind boeien en waarbij het doel zoveel mogelijk is afgestemd op de ontwikkelingsfase waarin de individuele kleuter zich bevindt. Het doel en de daaruit voortvloeiende activiteit richten zich naar het kind en sluiten aan bij de belevingswereld van het kind (Gordebeke, 2010).
Om te zorgen dat de leeractiviteiten een zo’n breed mogelijk gebied beslaan, wordt binnen de OGO, uitgegaan van vijf soorten leeractiviteiten, de zogeheten kernactiviteiten, te weten: manipulerend spel en rollenspel, lees en schrijfactiviteiten, gespreksactiviteiten, reken en wiskunde activiteiten, constructiespel en beeldende activiteiten. Elke kernactiviteit is gekoppeld aan specifieke doelen. Het doel bepaald op deze manier welke kernactiviteit wordt ingezet
Naschrift:
Overigens is de school gisteren opnieuw beoordeeld door de inspectie. De tussen- en eindopbrengsten waren voldoende en de inspecteur heeft het predicaat voldoende afgegeven.
Overigens is de school gisteren opnieuw beoordeeld door de inspectie. De tussen- en eindopbrengsten waren voldoende en de inspecteur heeft het predicaat voldoende afgegeven.
BRONNEN:
Caluwé, de L, Vermaak, H. (2010), Leren veranderen, Kluwer, Deventer
CPS, 2010, Fonemisch bewustzijn en letterkennis in groep 1 en 2, De Meule Venlo, 28 januari 2010
Goorhuis-Brouwer, S.( 2006), Schoolrijpheid opnieuw gedefinieerd. Waarom peuters en kleuters nog geen leerlingen zijn. Symposiumbundel Dolgedraaid; mogen peuters nog peuteren en kleuters nog kleuteren., SWP Amsterdam, 46-60
Goorhuis-Brouwer,S. (2006), Mogen peuters nog peuteren en kleuters nog kleuteren? In: De wereld van het jonge kind, januari 2006, 132-136
Gordebeke, H. (2010), Paper:Het Spelend Leren versus Schools Leren van Kleuters, Venlo
http: //www.horeb-po.nl
Kerndoelen en tussendoelen: http://tule.slo.nl/Nederlands/F-KDNederlands.html
Greven,J & Letschert, J SLO. (april 2006), Publicatie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Delta Hage, Den Haag , 11-19
Schoolplan de Meule, 2008, Venlo

6 opmerkingen:
Dag Hennie,
Goed dat je begonnen bent met een nieuwe blog.
Heb je alle elementen van curriculum analyse op je blog staan en wil je feedback? Bij Daisy kun je zien hoe wij feedback geven. Mocht je klaar zijn voor feedback. Laat het ons weten.
Groet Dimphy en Danielle
Ziet er prachtig uit
lkkr, zo'n frisse start :-)
Succes met LA2 Hennie!!!!
Hoi Hennie
Ziet er uitdagend uit en ik ben even op onderzoek geweest in je verhaal en schema.wat me opvalt is mbt lezen klanken,onderscheiden in woorden is gekoppeld aan analyse van klanken,dit weer aan fenemisch bewust zijn ,en dit aan de groep1/2.
begrijpen deze kinderen de klanken,of gaat dit puur op gevoel/geluid?hoe onderzoeken ze dit ?dit heeft zeker mijn interesse gewekt en zal je verhaal zeker volgen.
Beste Hennie,
Ik vond het erg leuk om een reactie van je te krijgen op mijn analyse en ben nu ook toegekomen om jouw blog te bekijken. Ik ben onder de indruk van je mindmap en zou dit graag van je willen leren. Verder merk ik dat jullie school nu een verandertraject in gang zet na het inspectiebezoek en dat jij daar een actieve rol in kan spelen. Wat ik niet begrijp is hoe de keuze voor het C.P.S. tot stand is gekomen, want het A.P.S. vermarkt het ogo-concept en heeft daar alle know-how voor in huis, op alle levels van meso- tot nanoniveau; of verandert de invloed van het concept? Niettemin spreekt je onderwerp mij erg aan en wellicht kan ik mijn inzichten rond taalontwikkeling met je delen.
Groetjes,
Marianne
Hallo Frank,
Wat bedoel je precies met de zin: “begrijpen deze kinderen de klanken,of gaat dit puur op gevoel/geluid? ”.
Om tot lezen te komen hebben kinderen bepaalde vaardigheden nodig. Eén daarvan is dat ze klanken kunnen onderscheiden en isoleren in woorden die ze horen. Dat onderscheiden gebeurt op twee niveaus → fonologisch en fonemisch. Men spreekt over fonologisch c,q, fonemisch bewustzijn, vermogen of kennis.
Simpel gezegd betreft het fonologisch bewustzijn kennis van delen van een woord. Dat is bijvoorbeeld het hakken van woorden in stukjes → / paddenstoel/ wordt /pa –de –stoel/ (het splitsen gebeurt op klank en niet op einde van een lettergreep) maar ook rijmen valt hier onder.
Het fonemisch bewustzijn betreft het opdelen van woorden in de kleinste betekenis dragende eenheid, eigenlijk gewoon een letter.
Uit onderzoek blijkt dat kinderen het fonologisch bewustzijn op een spontane manier ontwikkelen. Bij het fonemisch bewustzijn ligt dat anders. Dit vemogen ontwikkelt zich allen door instructie.
Hopelijk is dit een antwoord op je vraag.
Met vriendelijke groeten,
Hennie
Hallo Marianne,
Ik maak mijn mindmaps met het volgende programma:
https://bubbl.us/
Je moet een account aanmaken en dan kun je aan de slag (kosteloos). Ik vind het een erg prettig programma om mee te werken.
Het antwoord op je vraag geef ik je wel vanmiddag mondeling want het is een lang verhaal.
Met betrekking tot het aanbieden van je hulp.
Hulp is wat mij betreft altijd welkom. Dus mocht je feedback willen geven op mijn producten dan graag.
Met vriendelijke groeten en tot vanmiddag,
Hennie
Een reactie posten