maandag 18 april 2011

Week 6: Monitoren van niveaus I

BESCHRIJVING GEKOZEN LEERDOEL  
Het leerdoel in mijn ontwerp is: De leerlingen zijn in staat een reactieletter, de laatste letter en de eerste letter, in een woord dat bestaat uit stemloze consonanten en heldere vocalen,  te onderscheiden en te benoemen.
Dit doel maakt deel uit van de ontwikkeling van het fonemisch bewustzijn en meer specifiek: de auditieve analyse op klankniveau. Beiden horen bij leerlijn 11 zoals opgesteld door het Expertisecentrum Nederlands en SLO en vastgelegd in Tule. Leerlijn 11 refereert aan kerndoel 11.
BESCHRIJVING VAN GEKOZEN TUSSENDOELEN
De tussendoelen zijn gekozen op basis van twee aspecten. Het eerste aspect is het verloop van de auditieve taalontwikkeling. Het tweede aspect is de combinatie consonanten en vocalen.

Het verloop van de auditieve taalontwikkeling :

Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat aan het kunnen onderscheiden en benoemen van de eerste en laatste letter veel stappen vooraf gaan. 
Om alle voorafgaande stadia te beschrijven, ligt buiten het bereik van dit ontwerp. Er wordt daarom een beperking gemaakt tot de laatste stappen voorafgaand aan het leerdoel van dit. Deze stappen vormen de tussendoelen, te weten:
* Eerste en laatste woord in een zin kunnen aangeven
* Middelste woord in een zin kunnen aangeven
* Reactieletters herkennen
De eerste twee tussendoelen vallen onder het fonologisch bewustzijn. Voordat de leertaak wordt uitgevoerd, moet eerst worden gecontroleerd of deze tussendoelen zijn bereikt. Het laatste tussendoel behoort tot het fonemisch bewustzijn. Het oefenen van reactieletters herkennen én de laatste en eerste letter herkennen, worden in mijn ontwerp verwerkt. Deze vaardigheden zijn primaire leesvoorwaarden en daarmee een belangrijke stap die een kind moet  maken om tot lezen te komen (van Dort-Slijper, 1998).

De combinatie consonanten en vocalen ingedeeld naar moeilijkheidsgraad:

Woorden zijn samengesteld uit combinaties van klinkers en medeklinkers de zogenaamde vocalen en consonanten. De consonanten worden ingedeeld in stemhebbend en stemloos (Schaerlaeken, Gillis, 1987, Van Dort-Slijper, 1998). Door het verschil tussen stemhebbend en stemloos ontstaat klankverschil. Dit klankverschil is functioneel in ons taalsysteem omdat het woordonderscheidend is, bijvoorbeeld maag-haag (van Dort-Slijper, 1998)
De vocalen zijn allemaal stemhebbend. Bij de vocalen wordt het onderscheid gemaakt tussen heldere (lange) en doffe (korte) vocalen.
Bij de auditieve analyse moet een kind d.m.v. het gehoor een groter geheel in kleinere eenheden verdelen. Het moet in staat zijn om een geluidsstroom in klanksegmenten te verdelen.
Er is sprake van een bepaalde moeilijkheidsgraad bij het onderscheiden van en verdelen in klanksegmenten. Zo zijn stemhebbende consonanten makkelijker te onderscheiden dan stemloze consonanten en heldere vocalen zijn makkelijker te onderscheiden dan doffe vocalen. Kijken we naar de combinatie van vocalen en consonanten dan is daar de volgende moeilijkheidsgraad in te ontdekken (van makkelijk naar moeilijk):

I.              Stemhebbende consonanten en heldere vocalen
II.           Stemhebbende consonanten en doffe vocalen
III.         Stemloze consonanten en doffe vocalen
IV.          Stemloze consonanten en heldere vocalen.

Klik op de link om de combinatie naar moeilijkheidsgraat in een schema te zien  (samengesteld aan de hand van Schearlaeken & Gillis, 1987 en Van Dort-Slijper, 1998).
Opgemerkt dient te worden dat de verwerving van klanken (wanneer een kind leert spreken)  en het onderscheiden van klanken (wanneer een kind leert lezen) niet in dezelfde volgorde verlopen. 
























Geen opmerkingen: