maandag 11 april 2011

Week 4: Focus toekomstige werkvorm



De werkvormen die ik in mijn klas toepas zijn afhankelijk van de activiteiten.  De meeste tijd wordt gevuld met de kernactiviteiten vanuit de OGO. De spelactiviteiten en de constructieve/creatieve activiteiten nemen hierbinnen het grootste deel van de dag in beslag. Het gaat dan voornamelijk om het ontwikkelen van conceptuele kennis. Dit valt onder het Constructivisme. De nadruk ligt op spelen, ervaren, onderzoeken, analyseren en reflecteren. Mijn rol hierbij is die van coach en mentor.  Behalve conceptuele kennis worden er ook vaardigheden  geoefend en attitudes aangeleerd.  Deze horen thuis onder het Behaviorisme. De minste aandacht wordt er gegeven aan het leren van feiten en daarmee aan het Cognitivisme.

Mijn ontwerp betreft het ontwikkelen van het  fonemisch bewustzijn. Uit de literatuur is gebleken dat de fonemische vaardigheden meestal alleen door instructie ontwikkeld worden. In praktijk zie je vaak dat dit gebeurt door frontaal les te geven, luisteren naar de docent en afhankelijkheid van de leerkracht (allemaal eigenschappen die onder het Cognitivisme vallen). Dit alles past mijns inziens goed bij het schools leren echter niet bij het spelend leren van de kleuter. De uitdaging en het creatieve element van mijn ontwerp zit er dan ook in om  het aanleren van de fonemische vaardigheden op een behavioristische manier vorm te geven.  Het gaat dan vooral om doen, trainen, nadoen en toepassen van dingen die geleerd zijn. 

Hiermee kom ik weer terug op de door mij meest gebruikte werkvorm: het spel van het kind.

Het spel van het kind kent vele vormen. Je hebt het rollenspel, het bewegings– of kringspel, het zangspel,  het gezelschapspel, het raadselspel, de vijf minutenspelletjes. Al deze vormen van spel zijn in te zetten om het kind tot leren te brengen. Hoewel het spel alleen onder het Constructivisme wordt genoemd, ben ik van mening dat het spel ook thuishoort bij het Behaviorisme wanneer het ‘t aanleren van vaardigheden betreft.

Om mijn doel te bereiken, wil ik dan ook het spel inzetten. Met betrekking tot het doen, het trainen en het nadoen zal ik vooral gebruik maken van het zangspel en het kringspel. Voor het toepassen van de dingen die geleerd zijn, wil gebruik maken van het gezelschapsspel en het raadspel.
        

            

2 opmerkingen:

Dimphy Hooijmaijers zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
Dimphy Hooijmaijers zei

Hallo Hennie,

Ik zie een heldere en duidelijk overweging. Je maakt de keuze om zoveel mogelijk van je leerdoelen (zowel op vaardigheidsniveau als op kennisniveau) te koppelen aan verschillende vormen van spel.
Ik ben benieuwd hoe die verschillende vormen van spel gaan bijdragen aan mogelijkheden om te differentiëren zodat iedere kleuter groeit op het fonemisch bewustzijn.

Groet,
Dimphy